Waarom hebben we grammaticaregels in onze taal? Om beter te begrijpen wat de ander zegt of schrijft. Maar als tekstschrijver bekruipt mij wel eens het gevoel dat sommige taalregeltjes er vooral zijn om zaken ingewikkeld te maken.

Dit gevoel werd acuut toen ik het boekje ‘Maar zo heb ik het geleerd!’ van Wouter van Wingerden las. ‘Kunstmatige taalregels ontmaskerd’ staat er op de achterflap. Van Wingerden legt helder de oorsprong uit van woordconstructies die jarenlang ‘fout’ werden gevonden, maar dat misschien toch niet zijn.

Hun of hen

Neem nu het verschil tussen hun en hen. Deze kunstmatige regel kwam in het Nederlands terecht dankzij één man, de zeventiende-eeuwse taalkundige Christiaen van Heule.

Hun en hen geven het verschil aan tussen meewerkend voorwerp (vroegere 3e naamval) en lijdend voorwerp (4e naamval). Van Heule, die in 1625 De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst schreef, vond dit belangrijk. Want het Latijn kende dit grammaticale verschil ook, en omdat het Latijn toen net zo’n status had als het Engels nu, moest het Nederlands zéker zo’n regel krijgen, vond hij.

Van Heules idee sloeg aan. Veel schrijvers volgden hem na en de regel kwam in het onderwijs terecht. Nog even en we gedenken dat leerlingen 400 jaar gekweld worden met dit stukje zinloze kennis.

Zinloos? Ja! Want waarom zijn er twee vormen nodig voor de derde persoon meervoud (hun en hen dus) maar slechts één vorm voor mij, jou, hem, haar, ons en jullie?

Hoe zit het nu precies?

  • Je gebruikt hun bij een meewerkend voorwerp: ik geef hun een cadeau. (Ezelsbruggetje: Je kunt er ‘aan’ of ‘voor’ voor denken.)
  • Je gebruikt hen bij een lijdend voorwerp: ik heb hen gefeliciteerd. (De personen lijden niet echt, maar ze ‘ondergaan’ de felicitaties, ze zijn passief.)
  • Je gebruikt hen na een voorzetsel: ik geef het cadeau aan hen. (‘Het cadeau’ is hier lijdend voorwerp, ‘aan hen’ is meewerkend voorwerp.

 

Te moeilijk? Gebruik dan ‘ze’ of ‘hen’. In niet al te formele teksten wordt dat ook goed gevonden. Zelfs het Genootschap Onze Taal is er heel coulant over. Alleen hun hebben gaat hun nog te ver.

Voor de echte diehards heeft Onze Taal een fijne lijst samengesteld van woorden die met hun of hen ‘horen’ te gaan, zoals Veel geluk viel hun ten deel en Hij drukte het hun op het hart.