De goeroes van de Nederlandse spelling hebben hun ruzie nog niet bijgelegd. Al tien jaar zitten taalgebruikers opgescheept met twee spellinggidsen: het Groene en het Witte boekje. Deze maand krijgen we wéér twee verschillende woordenlijsten voorgeschoteld: een nieuwe versie van Het Groene Boekje en de Spellingwijzer Onze Taal.

Het Groene Boekje bestaat al sinds 1865. Sinds 1995 wordt het gemaakt onder auspiciën van de Nederlandse Taalunie, een samenwerkingsverband tussen Nederland en België. Het Comité van Ministers van de Taalunie besloot destijds dat het Groene Boekje elke tien jaar geactualiseerd moest worden. Reden: ‘om onduidelijkheid over de officiële spelling van woorden in het Nederlands zo veel mogelijk te voorkomen’.

 

Verontwaardiging

Helaas hebben ze met hun verordening het tegendeel bereikt. Het Groene Boekje van 2005 joeg veel taalgebruikers de gordijnen in. Deze editie bevatte veel ‘stiekeme’ wijzigingen en kenmerkte zich door het wel heel strikt handhaven van allerlei theoretische regeltjes. Dit leidde tot landelijke verontwaardiging over bijvoorbeeld paddenstoel, het appel (de oproep) en ideeëloos.

Als resultaat van al deze boosheid kwam het Witte Boekje op de markt. In elkaar gezet door Het Genootschap Onze Taal. Dit boekje is een stuk gebruikersvriendelijker en het biedt ook meer keuzevrijheid.

 

Verschillen tussen wit en groen

Sinds tien jaar hebben we dus twee verschillende spellingen. Het Groene Boekje is verplicht voor de overheid en het onderwijs, het Witte Boekje is voor wie maar wil. Diverse media gebruiken (deels) wit. En er zijn heel wat verschillen tussen wit en groen: Neem no-go-area versus no-goarea, tv-loos versus tv’loos, barbecuen versus barbecueën. Kiest u maar. Ik heb bij mij in de kast nog Het groen-witte verschillenboekje, een gidsje van 46 pagina’s.

De Nederlandse Taalunie, geschrokken door alle commotie, deelde in 2008 mee dat er voorlopig geen herziening van de spelling meer komt.

 

Twijfelwoorden

Wat brengt het Groene Boekje, editie 2015, dan wel? De spelling op zich is hetzelfde gebleven, verzekert de Taalunie. Er zijn geen regels veranderd. Het aantal trefwoorden is gehalveerd, tot zo’n 50.000. Maar die woorden zijn wel relevanter, want in de afgelopen tien jaar is voortdurend bijgehouden welke woorden mensen op internet opzoeken. Zo weet de uitgever wat de twijfelwoorden zijn. Ook staan er nieuwe woorden in het Groene Boekje zoals chillen, appen en smoothie. Daarnaast is er aandacht voor de Nederlandse woordenschat uit Suriname en het Caribische gebied.

De nieuwe online versie van het Groene Boekje – die uitgebreider is dan het boekje – blijft kosteloos.

 

Alternatieve spelling

De andere gids, de nieuwe versie van het Witte Boekje, heet nu Spellingwijzer Onze Taal. Ook bij deze gids komt een online versie. Deze woordenlijst bevat zeventigduizend woorden. De Spellingwijzer biedt naast de officiële spelling van het Groene Boekje ook alternatieven: ‘varianten die in de praktijk veel voorkomen en heel goed verdedigbaar zijn. Iedereen die niet voor de overheid of het onderwijs schrijft, is vrij om bijvoorbeeld te kiezen voor een alternatieve spelling als kado, persé, Kerst, reïntegratie of naar hartelust.’

Handig is dat de Spellingwijzer de spellingregels nog eens duidelijk uitlegt en bij elk woord verwijst naar de bijbehorende regel.

In een toelichting schrijft het genootschap Onze Taal verzoenend: ‘Onze Taal heeft goede hoop dat de Taalunie (die verantwoordelijk is voor het Groene Boekje) in de toekomst iets meer ruimte zal laten voor nuance en een lossere omgang met twijfelgevallen.’

Dat klinkt mooi, maar tot 2025 blijft het schipperen.