C of K?

Ik zou durven zweren dat ik op school de schrijfwijze crocus heb geleerd. En copie. Maar kado, kaktus en produkt mochten ook.

Sindsdien is onze spelling meerdere keren gewijzigd. De woorden hierboven zijn nu officieel fout. Probeer maar niet het te snappen, wie de spelling met c of k goed wil doen, moet de woordbeelden onthouden, desnoods uit het hoofd leren.

 

Waarom is het nu zo ingewikkeld, C of K?

Bij van oudsher Nederlandse woorden is er geen probleem. Over koekkruimels, kak, en kaas is iedereen het eens. De problemen beginnen bij woorden van vreemde afkomst. Meestal uit het Latijn.

Het Witte Boekje geeft een paar basisregels:

  • Veel woorden die eindigen op -a, -air, -o, -um, -us krijgen een c: precair, risico, circa, unicum, historicus. (Maar krokus dus niet.)
  • Woorddelen met -act, -ect, -ict, -oct , -uct en -catie krijgen een c: actief, dialect, delict, octaaf, viaduct, publicatie, fabricaat. (Maar oktober niet. De meeste woorden met elektr- ook niet.)

 

Ratjetoe

Dit ratjetoe hebben we te danken aan  ‘eerder gemaakte keuzes’ zoals het Witte Boekje het mooi verwoordt. De Schrijfwijzer van Jan Renkema verklaart veel verschillen uit het feit dat woorden in verschillende tijden zijn ontleend aan het Latijn. Bij vroege ontleningen is de c doorgaans k geworden, bij latere niet altijd. Vandaar vakantie naast vacant, akkoord naast accorderen.

En bij sommige woorden blijven we aarzelen:

  • doctor – dokter
  • diaconie – diaken
  • criticus – kritiek
  • corps – korps

 

 

Noodsprongen

In enkele gevallen hebben de spellingregelaars noodsprongen gemaakt om de k-klank te behouden. Trukendoos bestaat naast truc (anders werd het truussendoos). Chique jurk kwam naast chic. En bij stucwerk zijn twee werkwoorden mogelijk: stuken, stuukte, gestuukt en stuccen, stucte, gestuct.

Ben je daar nog, lezer?

En dan heb ik het maar niet over de k-klank in christen, shag, cheque en jacquet

 

 

 

 

Foto Henry Hemming  CC