Verkeerde werkwoordspelling wordt schrijvers zwaarder aangerekend dan andere spelfouten. Dat komt omdat de vervoeging van werkwoorden een (tamelijk) logisch systeem in onze taal vormt. Als je daarmee fouten maakt, snap je het systeem niet. Dat vinden we dommer dan wanneer je fouten maakt als prsewalskipaard*, benouwd* of crocus*.

Daarom leg ik de werkwoordsspelling in etappes nog eens uit.

In de vorige blog had ik het over vormen als ‘jij raadt’, ‘hij leidt’, ‘bied jij?’. Dat zijn werkwoordvervoegingen in de tegenwoordige tijd. Nu kijken we naar de onvoltooid verleden tijd.

Klankverandering

Sommige werkwoorden krijgen in de verleden tijd een klankverandering. Dat is heel prettig, want die herken je meteen:

Zwemmen – Ik zwom

Kijken – Zij keek

Spreken – Hij sprak

Blijken – Het bleek

Roepen – Hij riep

Genieten – Wij genoten

Sommigen zeggen misschien: ik zwemde* of hij roepte*, maar verder leveren deze vormen voor de gemiddelde taalgebruiker weinig problemen op.

 

’t Kofschip

Moeilijker wordt het bij werkwoorden die in de verleden tijd -te of -de achter de stam krijgen.

Werken – stam = werk -> Ik werk-te

Bereiden – stam = bereid -> Hij bereid-de

Baden – stam = baad -> Zij baad-de

Verhuizen – stam = verhuiz(!) -> Wij verhuis-den

Leiden – stam = leid -> Hij leid-de

Praten – stam = praat -> Zij praat-te

Leven – stam = leev(!) ->  Zij leefden

Voor deze werkwoorden geldt een mooie regel: Eindigt de stam van het werkwoord op een t, k, f, s, ch, p of x (allemaal stemloze medeklinkers) dan komt er in de verleden tijd -te achter de stam (ook stemloos). Bij alle andere eindletters komt er -de.

Deze regel noemen we ’t kofschip (+ x).

 

Instinkers

Deze regel is voor veel taalgebruikers moeilijk, omdat er nu vormen ontstaan die sterk op elkaar lijken maar iets anders betekenen. Wanneer de stam van het werkwoord al op een -d of -t eindigt, komen er in de verleden tijd ineens twee: leidde, bereidde, praatte, vatte. En in het meervoud kun je met deze werkwoorden tegenwoordige en verleden tijd door elkaar halen, je hoort het verschil niet: Praatten of praten wij? Leidden of leiden jullie de groep? Verbreedden of verbreden zij de weg?

En dan is er nog een uitzondering op de regel: werkwoorden met een –z of een –v, zoals verhuizen, niezen, lozen, leven, beloven, grieven, krijgen in de stam weliswaar een –s respectievelijk –f, maar in de verleden tijd toch -de als uitgang. Blijkbaar zijn oude stamvormen als ‘ik leev’ en ‘ik verhuiz’ blijven hangen.

 

Hoe los je dit op?

Op je taalgevoel kun je hier niet volledig vertrouwen. De spellingcheck helpt je ook niet altijd. Je moet echt de regel volgen:

– ga steeds uit van het hele werkwoord;

– zoek de stam;

– kijk of de laatste letter van de stam in ‘t kofschip staat;

– check of het geen uitzondering betreft: een -f of een -s die zich eigenlijk als -v resp. -z gedragen;

– maak dan een keuze voor -te of -de.

 

Oefenen met -de en -te

Zet in de verleden tijd:

  1. De gids (leiden) ons door het gebouw.
  2. Mijn oren (suizen) van de discobeat
  3. De cola (bruisen) in het glas.
  4. Ze (praten) allemaal door elkaar.
  5. Mijn ouders (overladen) mij met cadeaus.
  6. Marie (beleven) niet veel in dat dorp.
  7. De schapen (blaten) naar de kinderen.
  8. Hij (boffen) met zo’n werkgever.
  9. Ik (hozen) het water uit het bootje.
  10. De collega’s (verblijden) ons met een etentje.

Oplossingen onderaan.

 

Onzeker over je spelling?

Toch nog onzeker over je spelling? Laat mij je helpen. De eerste vijf personen die reageren, ontvangen een gratis check van hun homepage op spel- en stijlfouten, of op een andere tekst van maximaal 600 woorden.

 

Volgende blogs

In de volgende blog besteed ik nog één keer aandacht aan ’t kofschip, en dan met het voltooid deelwoord. Dan hebben we de meeste narigheid met die werkwoorden wel gehad. Valt mee, toch?

-> Is het nu geliket, geliked of gelikt?

Lees nu mijn blog over vervoeging van werkwoorden ontleend aan het Engels.

 

Foto Giacomo Carena CC

 

 Oplossingen: 1 leidde; 2 suisden; 3 bruiste; 4 praatten; 5 overlaadden; 6 beleefde; 7 blaatten; 8 bofte; 9 hoosde; 10 verblijdden.