Lees nu de uitleg en ontvang een gratis spellingcheck!

 

Stel, je hebt een goeie tekst geschreven, je hebt aan álles gedacht: mooie aanhef, de juiste sleutelwoorden, pakkende tussenkopjes, nu moeten de klanten wel komen… staan er spélfouten in.

Die d’tjes en t’tjes heb je nooit goed onder de knie gekregen. Of ze zijn weggezakt, en nu doe je maar wat, op gevoel, meestal gaat het wel goed, en ach, daar valt tegenwoordig toch niemand meer over?

Maar die potentiële klant die je site net bezocht, valt daar wél over. Hij heeft je pagina na een paar seconden verlaten, want een bedrijf dat zulke fouten maakt, zal verder ook wel niet goed zijn…

Dat wil niemand meemaken natuurlijk. Dus wil je nu eindelijk eens weten hoe het zit? Lees dan verder. Zo moeilijk zijn de spellingregels niet, basisscholieren snappen ze al. Lees het rijtje goed door, maak de oefenzinnen en je vraagt je af waarom je hier ooit zo’n moeite mee had.

 

Hele werkwoord eindigt op -en

We gaan het hebben over werkwoorden. Dat zijn de woorden die voor actie zorgen in een zin. En als ze over jou gaan, zien ze er een beetje anders uit dan wanneer ze over mij gaan, of over ons. Dat noemen we vervoegen.

Bijna alle Nederlandse werkwoorden worden op dezelfde manier vervoegd. Alleen zijn, hebben en doen gaan anders, maar dat hoef ik jou waarschijnlijk niet uit te leggen. Als je native speaker van het Nederlands bent, doe je die werkwoorden vanzelf, ‘op gevoel’ goed.

Voor de rest geldt: het hele werkwoord eindigt op -en. Neem bijvoorbeeld werken.

 

Herinner je je dit schema nog?

 Ik -> werk   Dit noemen we de stam van het werkwoord

Jij -> werk-t   Stam + -t. Behalve als jij erachter staat: Werk jij?

Hij/zij/het/men -> werk-t   Stam + -t.

Wij/jullie/zij -> werk-en   Hele werkwoord

 Simpel toch?

 

Instinkers

De problemen ontstaan vooral bij werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d. Zoals bieden, verleiden, bereiden, opladen, ontleden, verraden. Bij de vervoeging van die woorden zijn verschillende woordbeelden mogelijk die hetzelfde klinken. Dit kan tot verwarring leiden. De spellingchecker helpt je hier niet, want de gebruikte spelling kán goed zijn.

Kijk maar:

Ik -> bied

Jij -> bied-t   behalve als jij erachter staat: Bied jij ook mee op de veiling?

Hij/zij/het/men -> bied-t

Wij/jullie/zij -> bied-en

Tip: als je het echt even niet meer weet, vervang het moeilijke werkwoord dan in gedachten door een ander, makkelijker werkwoord.

 

Probeer zelf:

Ik ….(opladen) mijn telefoon.

(Weet je het niet? Probeer het dan met oppakken)

 

Jij … (bereiden) vandaag het avondeten

(Weet je het niet? Probeer het dan met koken)

 

Zij …(verbieden) hem te komen.

(Weet je het niet? Probeer het dan met vragen)

 

Hij … (verraden) de plannen aan de concurrent.

(Weet je het niet? Probeer het dan met vertellen)

 

… (baden) jij elke ochtend?

(Weet je het niet? Probeer het dan met gymmen)

 

Jij … (verleiden) me echt niet.

(Weet je het niet? Probeer het dan met helpen)

 

Gesnapt?

Mooi! Ga dan naar les 2: ’t Kofschip.

 

Is het nu geliket, geliked of gelikt?

Lees nu mijn blog over vervoeging van werkwoorden ontleend aan het Engels.

 

Aanbod

Toch nog onzeker over je spelling? Laat mij je helpen. De eerste vijf personen die reageren, ontvangen een gratis check van hun homepage op spel- en stijlfouten, of op een andere tekst van maximaal 600 woorden.

 

Foto: EvelynGiggles  Cc