Nederlands schijnt een heel moeilijke taal te zijn. Vooral de voorzetsels leiden tot veel hoofdbrekens onder buitenlanders. Wat bof ik dan dat ik precies het kleine verschil zie tussen: ‘ik loop door het huis’ en: ‘ik loop het huis door’. En tussen: ‘je loopt in de weg’ en: ‘je loopt de weg in.’

Maar waar ikzelf moeite mee blijf houden, is de combinatie er + voorzetsel + werkwoord. Je weet wel: Ik ga ervan uit, er vanuit, of ervanuit?

Ik heb een goed ontwikkeld taalgevoel, maar hier laat dat gevoel me in de steek. En dat kan natuurlijk niet bij een tekstschrijver. Daarom ben ik, net als studenten Nederlands als Tweede Taal, de regeltjes uit m’n hoofd gaan leren.

 

Basisregels

Het blijkt inderdaad ingewikkeld. De naslagwerken hebben veel tekst nodig om alles, inclusief uitzonderingen, uit te leggen. Daarom geef ik hier alleen een paar basisregels voor de meest voorkomende gevallen:

  • Er wordt meestal aan een voorzetsel vast geschreven.
  • Uitzondering: als het voorzetsel níet bij er hoort, maar bij een werkwoord, dan staat het óf los, óf aan het werkwoord vast, als dit direct erachter staat.

Nu weten we het dus. Het is: ik ga ervan uit (uit hoort bij uitgaan en staat dus los!).

 

Andere voorbeelden:

Ik kom eraan, hij zit ermee, het is erop of eronder, hij is eraan onderdoorgegaan, ze gaat erachteraan, je loopt eromheen, ik kom eronderuit.

Je moet wel zelf blijven nadenken. Kijk eens naar de betekenisverschillen in deze drie zinnen:

Ik zie ernaar uit          (ik verheug me erop)

Het ziet ernaaruit       (het lijkt erop)

Het ziet er naar uit    (bijv. een wond)

 

Uitzonderingen

Natuurlijk zijn er uitzonderingen op de regels.

Sommige voorzetselcombinaties vormen een eenheid: Weet je dat we morgen eropuit gaan?, en: De kinderen zijn ervandoor gegaan.

En soms heeft er de functie van plaatsonderwerp in een zin: Wie staat er voor in de wedstrijd? Wie wil er voor het eten een borrel?

Ik zou me hier niet het hoofd over breken. Meestal wijst het zich vanzelf. En als je er niet uitkomt, dan kun je – samen met mij – de woordenlijst van het Genootschap Onze Taal raadplegen, met honderden van zulke combinaties.