Het wordt winter! Het dicteeseizoen is weer begonnen! In het verleden zat ik, pen in de aanslag, fanatiek voor de televisie tijdens het Groot Dictee der Nederlandse taal. Kijken of ik net zo weinig fouten kon maken als de winnaar.

Al geruime tijd heb ik dat gevoel niet meer. De officiële spelling van Het Groene Boekje is naar mijn mening te intellectueel en te onpraktisch; men probeert te veel dingen in regels te vangen.

Inmiddels spel ik al jaren ‘wit’, tenzij opdrachtgevers anders vragen. Ik mag zelf beslissen of ik een tussen-n plaats of niet bij koninginnesoep, of ik voor de leesbaarheid een deelstreepje gebruik bij jazz-zangeres; ik schrijf havo’er (i.p.v. havoër) naast vwo’er, ik reïncarneer én reïntegreer (i.p.v. re-in-tegreer), en ik sta elke ochtend op het bekende appèl.

Maar absurd is het wel, om in een beperkt taalgebied als het onze twee spellingen naast elkaar te hebben. De Groene, officiële spelling van de Taalunie, versus de Witte “anarchistische” spelling van het Genootschap Onze Taal en een flink aantal gezaghebbende media. Hoe leg je dat aan een buitenlander uit? Is het nu: 1-aprilgrap, goedheiligman en no-go-area (wit) of: 1 aprilgrap, goedheilig man en no-goarea (groen)? Een consequent woordbeeld, zo belangrijk om goed te leren spellen, kun je wel vergeten.

Het zijn vooral journalisten en tekstschrijvers die wit schrijven, en scholen en ambtenaren groen – ze moeten wel! En de rest? Tja, die doet maar wat, die wist het toch al niet meer…

Die rest, daar wind ik me over op. Er is een tweedeling ontstaan van dicteetijgers en lui die het allemaal worst zal wezen. Kommaneukers versus middenmanagers die geen fatsoenlijke brief kunnen schrijven. Kamergeleerden tegenover jongeren die heus ambities hebben, maar die alleen nog berichtjes van 140 tekens tikken en in de stress schieten wanneer ze een serieuze paper moeten inleveren.

Zo’n situatie is natuurlijk goeie handel voor tekstschrijvers en cursusgevers, maar waarom leren Nederlanders deze dingen niet goed op school?

Het is met onze taalbeheersing alsof we in een derdewereldland leven: naast enkele extreem rijken leeft er een grote groep onder de armoedegrens. Het gemiddelde inkomen ziet er redelijk uit. Maar de details vertellen een ander verhaal…

Belangrijk vind ik dat mensen de basisregels van het Nederlands beheersen. Het kan mij echt niet schelen of u uit het hoofd kitschtrukendoos, spring-in-‘t-veldleeuweriken of przewalskipaard kunt schrijven. Als iedereen maar de grondbeginselen onder de knie heeft: de werkwoordspelling beheersen, zinsdelen kunnen onderscheiden, enkelvoud en meervoud uit elkaar houden, weten hoe je een mail begint en eindigt. Hoe moeilijk is dat?

Als iedereen tenminste dát zou kunnen, zou dat meer zeggen over het gemiddelde taalniveau van Nederlanders dan dat kleine clubje vakidioten dat bij elk dictee probeert het nóg moeilijker te maken.

 

credits: Rennet Stowe cc